Statenvertaling · Het vuuroffer
19Zo zal het geschieden, als gij van het brood des lands zult eten, dan zult gij den HEERE een hefoffer offeren.
20De eerstelingen uws deegs, een koek zult gij tot een hefoffer offeren; gelijk het hefoffer des dorsvloers zult gij dat offeren.
21Van de eerstelingen uws deegs zult gij den HEERE een hefoffer geven, bij uw geslachten.