Numeri 14:35-39

Statenvertaling · De inval in het Zuiden mislukt

35Ik, de HEERE, heb gesproken: zo Ik dit aan deze ganse boze vergadering dergenen, die zich tegen Mij verzameld hebben, niet doe, zij zullen in deze woestijn te niet worden, en zullen daar sterven!

36En die mannen, die Mozes gezonden had, om het land te verspieden, en wedergekomen zijnde, de ganse vergadering tegen hem hadden doen murmureren, een kwaad gerucht over dat land voortbrengende;

37Diezelfde mannen, die een kwaad gerucht van dat land voortgebracht hadden, stierven door een plaag, voor het aangezicht des HEEREN.

38Maar Jozua, de zoon van Nun, en Kaleb, de zoon van Jefunne, bleven levende van de mannen, die heengegaan waren, om het land te verspieden.

39En Mozes sprak deze woorden tot al de kinderen Israels. Toen treurde het volk zeer.

Lees heel Numeri 14 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Numeri 14:35-39 in de interactieve Bijbel →