Statenvertaling · Nehemia’s ijver voor de wet
7En ik kwam te Jeruzalem, en verstond van het kwaad, dat Eljasib voor Tobia gedaan had, makende hem een kamer in de voorhoven van Gods huis.
8En het mishaagde mij zeer; zo wierp ik al het huisraad van Tobia buiten, uit de kamer.