Nehemia 13:6-9

Statenvertaling · Nehemia’s ijver voor de wet

6Doch in dit alles was ik niet te Jeruzalem; want in het twee en dertigste jaar van Arthahsasta, koning van Babel, kwam ik tot den koning; maar ten einde van sommige dagen verkreeg ik weder verlof van den koning.

7En ik kwam te Jeruzalem, en verstond van het kwaad, dat Eljasib voor Tobia gedaan had, makende hem een kamer in de voorhoven van Gods huis.

8En het mishaagde mij zeer; zo wierp ik al het huisraad van Tobia buiten, uit de kamer.

9Voorts gaf ik bevel, en zij reinigden de kameren; en ik bracht daar weder in de vaten van Gods huis, met het spijsoffer en den wierook.

Lees heel Nehemia 13 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Nehemia 13:6-9 in de interactieve Bijbel →