Psalmen 11 NBG 1951

NBG-vertaling 1951 · Bij de Here is een schuilplaats

1Een psalm van David, voor den opperzangmeester. Ik betrouw op den HEERE; hoe zegt gijlieden tot mijn ziel: Zwerft henen naar ulieder gebergte, als een vogel?

2Want zie, de goddelozen spannen de boog, zij leggen hun pijl op de pees, om oprechten van hart in het duister te treffen.

3Wanneer de grondslagen zijn vernield, wat kan dan de rechtvaardige doen?

4De Here woont in zijn heilig paleis, de Here heeft in de hemel zijn troon; zijn ogen slaan gade, zijn blikken doorvorsen de mensenkinderen.

5De Here toetst de rechtvaardige en de goddeloze; en wie geweld bemint, die haat Hij.

6Hij regent op de goddelozen vurige kolen en zwavel, schroeiende wind is het deel van hun beker.

7Want de Here is rechtvaardig en Hij heeft gerechtigheid lief; de oprechten zullen zijn aangezicht aanschouwen.

Lees ook in: Statenvertaling · HSV · KJV

Bijbelse onderwerpen bij dit hoofdstuk

Lees Psalmen 11 in de interactieve Bijbel →