Statenvertaling · De genezing van een verlamde
23En als Jezus in het huis des oversten kwam, en zag de pijpers en de woelende schare,
24Zeide Hij tot hen: Vertrekt; want het dochtertje is niet dood, maar slaapt. En zij belachten Hem.
25Als nu de schare uitgedreven was, ging Hij in, en greep haar hand; en het dochtertje stond op.