Mattheüs 8:5-9

Statenvertaling · De genezing van een melaatse

5Als nu Jezus te Kapernaum ingegaan was, kwam tot Hem een hoofdman over honderd, biddende Hem,

6En zeggende: Heere! mijn knecht ligt te huis geraakt, en lijdt zware pijnen.

7En Jezus zeide tot hem: Ik zal komen en hem genezen.

8En de hoofdman over honderd, antwoordende, zeide: Heere! ik ben niet waardig, dat Gij onder mijn dak zoudt inkomen; maar spreek alleenlijk een woord, en mijn knecht zal genezen worden.

9Want ik ben ook een mens onder de macht van anderen, hebbende onder mij krijgsknechten; en ik zeg tot dezen: Ga! en hij gaat; en tot den anderen: Kom! en hij komt; en tot mijn dienstknecht: Doe dat! en hij doet het.

Lees heel Mattheüs 8 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Mattheüs 8:5-9 in de interactieve Bijbel →