Mattheüs 8:30-33

Statenvertaling · De genezing van een melaatse

30En verre van hen was een kudde veler zwijnen, weidende.

31En de duivelen baden Hem, zeggende: Indien Gij ons uitwerpt, laat ons toe, dat wij in die kudde zwijnen varen.

32En Hij zeide tot hen: Gaat heen. En zij uitgaande, voeren heen in de kudde zwijnen; en ziet, de gehele kudde zwijnen stortte van de steilte af in de zee, en zij stierven in het water.

33En die ze weidden, zijn gevlucht; en als zij in de stad gekomen waren, boodschapten zij al deze dingen, en wat den bezetenen geschied was.

Lees heel Mattheüs 8 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Mattheüs 8:30-33 in de interactieve Bijbel →