Mattheüs 5:38-48

Statenvertaling · De Bergrede – de zaligsprekingen

38Gij hebt gehoord, dat gezegd is: Oog om oog, en tand om tand.

39Maar Ik zeg u, dat gij den boze niet wederstaat; maar, zo wie u op de rechterwang slaat, keert hem ook de andere toe;

40En zo iemand met u rechten wil, en uw rok nemen, laat hem ook den mantel;

41En zo wie u zal dwingen een mijl te gaan, gaat met hem twee mijlen.

42Geeft dengene, die iets van u bidt, en keert u niet af van dengene, die van u lenen wil.

43Gij hebt gehoord, dat er gezegd is: Gij zult uw naaste liefhebben, en uw vijand zult gij haten.

44Maar Ik zeg u: Hebt uw vijanden lief; zegent ze, die u vervloeken; doet wel dengenen, die u haten; en bidt voor degenen, die u geweld doen, en die u vervolgen;

45Opdat gij moogt kinderen zijn uws Vaders, Die in de hemelen is; want Hij doet Zijn zon opgaan over bozen en goeden, en regent over rechtvaardigen en onrechtvaardigen.

46Want indien gij liefhebt, die u liefhebben, wat loon hebt gij? Doen ook de tollenaars niet hetzelfde?

47En indien gij uw broeders alleen groet, wat doet gij boven anderen? Doen ook niet de tollenaars alzo?

48Weest dan gijlieden volmaakt, gelijk uw Vader, Die in de hemelen is, volmaakt is.

Lees heel Mattheüs 5 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Mattheüs 5:38-48 in de interactieve Bijbel →