Mattheüs 4:8-10

Statenvertaling · De verzoeking in de woestijn

8Wederom nam Hem de duivel mede op een zeer hogen berg, en toonde Hem al de koninkrijken der wereld, en hun heerlijkheid;

9En zeide tot Hem: Al deze dingen zal ik U geven, indien Gij, nedervallende, mij zult aanbidden.

10Toen zeide Jezus tot hem: Ga weg, satan, want er staat geschreven: Den Heere, uw God, zult gij aanbidden, en Hem alleen dienen.

Lees heel Mattheüs 4 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Mattheüs 4:8-10 in de interactieve Bijbel →