Mattheüs 4:5-7

Statenvertaling · De verzoeking in de woestijn

5Toen nam Hem de duivel mede naar de heilige stad, en stelde Hem op de tinne des tempels;

6En zeide tot Hem: Indien Gij Gods Zoon zijt, werp Uzelven nederwaarts; want er is geschreven, dat Hij Zijn engelen van U bevelen zal, en dat zij U op de handen zullen nemen, opdat Gij niet te eniger tijd Uw voet aan een steen aanstoot.

7Jezus zeide tot hem: Er is wederom geschreven: Gij zult den Heere, uw God, niet verzoeken.

Lees heel Mattheüs 4 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Mattheüs 4:5-7 in de interactieve Bijbel →