Mattheüs 27:38-45

Statenvertaling · Naar Pilatus – Judas’ dood

38Toen werden met Hem twee moordenaars gekruisigd, een ter rechter-, en een ter linker zijde.

39En die voorbijgingen, lasterden Hem, schuddende hun hoofden,

40En zeggende: Gij, Die den tempel afbreekt, en in drie dagen opbouwt, verlos Uzelven. Indien Gij de Zone Gods zijt, zo kom af van het kruis.

41En desgelijks ook de overpriesters met de Schriftgeleerden, en ouderlingen, en Farizeen, Hem bespottende, zeiden:

42Anderen heeft Hij verlost, Hij kan Zichzelven niet verlossen. Indien Hij de Koning Israels is, dat Hij nu afkome van het kruis, en wij zullen Hem geloven.

43Hij heeft op God betrouwd; dat Hij Hem nu verlosse, indien Hij Hem wel wil; want Hij heeft gezegd: Ik ben Gods Zoon.

44En hetzelfde verweten Hem ook de moordenaars, die met Hem gekruisigd waren.

45En van de zesde ure aan werd er duisternis over de gehele aarde, tot de negende ure toe.

Lees heel Mattheüs 27 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Mattheüs 27:38-45 in de interactieve Bijbel →