Mattheüs 27:28-30

Statenvertaling · Naar Pilatus – Judas’ dood

28En als zij Hem ontkleed hadden, deden zij Hem een purperen mantel om;

29En een kroon van doornen gevlochten hebbende, zetten die op Zijn hoofd, en een rietstok in Zijn rechter hand; en vallende op hun knieen voor Hem, bespotten zij Hem, zeggende: Wees gegroet, Gij Koning der Joden!

30En op Hem gespogen hebbende, namen zij de rietstok en sloegen op Zijn hoofd.

Lees heel Mattheüs 27 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Mattheüs 27:28-30 in de interactieve Bijbel →