Statenvertaling · Gethsemane – de gevangenneming
66Wat dunkt ulieden? En zij, antwoordende, zeiden: Hij is des doods schuldig.
67Toen spogen zij in Zijn aangezicht, en sloegen Hem met vuisten.
68En anderen gaven Hem kinnebakslagen, zeggende: Profeteer ons, Christus, wie is het, die U geslagen heeft?