Mattheüs 26:41-46

Statenvertaling · Gethsemane – de gevangenneming

41Waakt en bidt, opdat gij niet in verzoeking komt; de geest is wel gewillig, maar het vlees is zwak.

42Wederom ten tweeden male heengaande, bad Hij, zeggende: Mijn Vader! Indien deze drinkbeker van Mij niet voorbij kan gaan, tenzij dat Ik hem drinke, Uw wil geschiede!

43En komende bij hen, vond Hij hen wederom slapende; want hun ogen waren bezwaard.

44En hen latende, ging Hij wederom heen, en bad ten derden male, zeggende dezelfde woorden.

45Toen kwam Hij tot Zijn discipelen, en zeide tot hen: Slaapt nu voort, en rust; ziet, de ure is nabij gekomen, en de Zoon des mensen wordt overgeleverd in de handen der zondaren.

46Staat op, laat ons gaan; ziet, hij is nabij, die Mij verraadt.

Lees heel Mattheüs 26 →

Bijbelse onderwerpen bij dit hoofdstuk

Lees Mattheüs 26:41-46 in de interactieve Bijbel →