Mattheüs 25:1-9

Statenvertaling · De wijze en de dwaze maagden

1Alsdan zal het Koninkrijk der hemelen gelijk zijn aan tien maagden, welke haar lampen namen, en gingen uit, den bruidegom tegemoet.

2En vijf van haar waren wijzen, en vijf waren dwazen.

3Die dwaas waren, haar lampen nemende, namen geen olie met zich.

4Maar de wijzen namen olie in haar vaten, met haar lampen.

5Als nu de bruidegom vertoefde, werden zij allen sluimerig, en vielen in slaap.

6En ter middernacht geschiedde een geroep: Ziet, de bruidegom komt, gaat uit hem tegemoet!

7Toen stonden al die maagden op, en bereidden haar lampen.

8En de dwazen zeiden tot de wijzen: Geeft ons van uw olie; want onze lampen gaan uit.

9Doch de wijzen antwoordden, zeggende: Geenszins, opdat er misschien voor ons en voor u niet genoeg zij; maar gaat liever tot de verkopers, en koopt voor uzelven.

Lees heel Mattheüs 25 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Mattheüs 25:1-9 in de interactieve Bijbel →