Statenvertaling · Rede tegen de schriftgeleerden en Farizeeën
6En zij beminnen de vooraanzitting in de maaltijden, en de voorgestoelten in de synagogen;
7Ook de begroetingen op de markten, en van de mensen genaamd te worden: Rabbi, Rabbi!
8Doch gij zult niet Rabbi genaamd worden; want Een is uw Meester, namelijk Christus; en gij zijt allen broeders.