Statenvertaling · Rede tegen de schriftgeleerden en Farizeeën
1Toen sprak Jezus tot de scharen en tot Zijn discipelen,
2Zeggende: De Schriftgeleerden en de Farizeen zijn gezeten op de stoel van Mozes;
3Daarom, al wat zij u zeggen, dat gij houden zult, houdt dat en doet het; maar doet niet naar hun werken; want zij zeggen het, en doen het niet.