Mattheüs 21:34-41

Statenvertaling · De intocht in Jeruzalem

34Toen nu de tijd der vruchten genaakte, zond hij zijn dienstknechten tot de landlieden, om zijn vruchten te ontvangen.

35En de landlieden, nemende zijn dienstknechten, hebben den een geslagen, en den anderen gedood, en den derden gestenigd.

36Wederom zond hij andere dienstknechten, meer in getal dan de eersten, en zij deden hun desgelijks.

37En ten laatste zond hij tot hen zijn zoon, zeggende: Zij zullen mijn zoon ontzien.

38Maar de landlieden, den zoon ziende, zeiden onder elkander: Deze is de erfgenaam, komt, laat ons hem doden, en zijn erfenis aan ons behouden.

39En hem nemende, wierpen zij hem uit, buiten de wijngaard, en doodden hem.

40Wanneer dan de heer des wijngaards komen zal, wat zal hij dien landlieden doen?

41Zij zeiden tot hem: Hij zal den kwaden een kwaden dood aandoen, en zal den wijngaard aan andere landlieden verhuren, die hem de vruchten op haar tijden zullen geven.

Lees heel Mattheüs 21 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Mattheüs 21:34-41 in de interactieve Bijbel →