Mattheüs 21:29-31

Statenvertaling · De intocht in Jeruzalem

29Doch hij antwoordde en zeide: Ik wil niet; en daarna berouw hebbende, ging hij heen.

30En gaande tot den tweeden, zeide desgelijks, en deze antwoordde en zeide: Ik ga, heer! en hij ging niet.

31Wie van deze twee heeft den wil des vaders gedaan? Zij zeiden tot Hem: De eerste. Jezus zeide tot hen: Voorwaar, Ik zeg u, dat de tollenaars en de hoeren u voorgaan in het Koninkrijk Gods.

Lees heel Mattheüs 21 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Mattheüs 21:29-31 in de interactieve Bijbel →