Mattheüs 2:9-11

Statenvertaling · De wijzen uit het Oosten

9En zij, den koning gehoord hebbende, zijn heengereisd; en ziet, de ster, die zij in het oosten gezien hadden, ging hun voor, totdat zij kwam en stond boven de plaats, waar het Kindeken was.

10Als zij nu de ster zagen, verheugden zij zich met zeer grote vreugde.

11En in het huis gekomen zijnde, vonden zij het Kindeken met Maria, Zijn moeder, en nedervallende hebben zij Hetzelve aangebeden; en hun schatten opengedaan hebbende, brachten zij Hem geschenken: goud en wierook, en mirre.

Lees heel Mattheüs 2 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Mattheüs 2:9-11 in de interactieve Bijbel →