Mattheüs 15:7-20

Statenvertaling · Een twistgesprek met de Farizeeën

7Gij geveinsden! Wel heeft Jesaja van u geprofeteerd, zeggende:

8Dit volk genaakt Mij met hun mond, en eert Mij met de lippen, maar hun hart houdt zich verre van Mij;

9Doch tevergeefs eren zij Mij, lerende leringen, die geboden van mensen zijn.

10En als Hij de schare tot Zich geroepen had, zeide Hij tot hen: Hoort en verstaat.

11Hetgeen ten monde ingaat, ontreinigt den mens niet; maar hetgeen ten monde uitgaat, dat ontreinigt den mens.

12Toen kwamen Zijn discipelen tot Hem, en zeiden tot Hem: Weet Gij wel, dat de Farizeen deze rede horende, geergerd zijn geweest?

13Maar Hij, antwoordende zeide: Alle plant, die Mijn hemelse Vader niet geplant heeft, zal uitgeroeid worden.

14Laat hen varen; zij zijn blinde leidslieden der blinden. Indien nu de blinde den blinde leidt, zo zullen zij beiden in de gracht vallen.

15En Petrus, antwoordende, zeide tot Hem: Verklaar ons deze gelijkenis.

16Maar Jezus zeide: Zijt ook gijlieden alsnog onwetende?

17Verstaat gij nog niet, dat al wat ten monde ingaat, in de buik komt, en in de heimelijkheid wordt uitgeworpen?

18Maar die dingen, die ten monde uitgaan, komen voort uit het hart, en dezelve ontreinigen den mens.

19Want uit het hart komen voort boze bedenkingen, doodslagen, overspelen, hoererijen, dieverijen, valse getuigenissen, lasteringen.

20Deze dingen zijn het, die den mens ontreinigen; maar het eten met ongewassen handen ontreinigt den mens niet.

Lees heel Mattheüs 15 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Mattheüs 15:7-20 in de interactieve Bijbel →