Mattheüs 14:32-36

Statenvertaling · De dood van Johannes de Doper

32En als zij in het schip geklommen waren, stilde de wind.

33Die nu in het schip waren, kwamen en aanbaden Hem, zeggende: Waarlijk, Gij zijt Gods Zoon!

34En overgevaren zijnde, kwamen zij in het land Gennesaret.

35En als de mannen van die plaats Hem werden kennende, zonden zij in dat gehele omliggende land, en brachten tot Hem allen, die kwalijk gesteld waren;

36En baden Hem, dat zij alleenlijk den zoom Zijns kleeds zouden mogen aanraken; en zovelen als Hem aanraakten, werden gezond.

Lees heel Mattheüs 14 →

Bijbelse onderwerpen bij dit hoofdstuk

Lees Mattheüs 14:32-36 in de interactieve Bijbel →