Statenvertaling · De dood van Johannes de Doper
17Doch zij zeiden tot Hem: Wij hebben hier niet, dan vijf broden en twee vissen.
18En Hij zeide: Brengt Mij dezelve hier.
19En Hij beval de scharen neder te zitten op het gras, en nam de vijf broden en de twee vissen, en opwaarts ziende naar den hemel, zegende dezelve; en als Hij ze gebroken had, gaf Hij de broden den discipelen, en de discipelen aan de scharen.
20En zij aten allen en werden verzadigd, en zij namen op, het overschot der brokken, twaalf volle korven.
21Die nu gegeten hadden, waren omtrent vijf duizend mannen, zonder de vrouwen en kinderen.