Mattheüs 13:35-36

Statenvertaling · De gelijkenis van de zaaier

35Opdat vervuld zou worden, wat gesproken is door den profeet, zeggende: Ik zal Mijn mond opendoen door gelijkenissen; Ik zal voortbrengen dingen, die verborgen waren van de grondlegging der wereld.

36Toen nu Jezus de scharen van Zich gelaten had, ging Hij naar huis. En Zijn discipelen kwamen tot Hem, zeggende: Verklaar ons de gelijkenis van het onkruid des akkers.

Lees heel Mattheüs 13 →

Bijbelse onderwerpen bij dit hoofdstuk

Lees Mattheüs 13:35-36 in de interactieve Bijbel →