Mattheüs 10:5-16

Statenvertaling · De roeping en uitzending der apostelen

5Deze twaalf heeft Jezus uitgezonden, en hun bevel gegeven, zeggende: Gij zult niet heengaan op den weg der heidenen, en gij zult niet ingaan in enige stad der Samaritanen.

6Maar gaat veel meer heen tot de verloren schapen van het huis Israels.

7En heengaande predikt, zeggende: Het Koninkrijk der hemelen is nabij gekomen.

8Geneest de kranken; reinigt de melaatsen; wekt de doden op; werpt de duivelen uit. Gij hebt het om niet ontvangen, geeft het om niet.

9Verkrijgt u noch goud, noch zilver, noch koper geld in uw gordels;

10Noch male tot den weg, noch twee rokken, noch schoenen, noch staf; want de arbeider is zijn voedsel waardig.

11En in wat stad of vlek gij zult inkomen, onderzoekt, wie daarin waardig is; en blijft aldaar, totdat gij daar uitgaat.

12En als gij in het huis gaat, zo groet hetzelve.

13En indien dat huis waardig is, zo kome uw vrede over hetzelve, maar indien het niet waardig is, zo kere uw vrede weder tot u.

14En zo iemand u niet zal ontvangen, noch uw woorden horen, uitgaande uit dat huis of uit dezelve stad, schudt het stof uwer voeten af.

15Voorwaar zeg Ik u: Het zal den lande van Sodom en Gomorra verdragelijker zijn in den dag des oordeels, dan dezelve stad.

16Ziet, Ik zend u als schapen in het midden der wolven; zijt dan voorzichtig gelijk de slangen, en oprecht gelijk de duiven.

Lees heel Mattheüs 10 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Mattheüs 10:5-16 in de interactieve Bijbel →