Marcus 9:23-27

Statenvertaling · De verheerlijking op de berg

23En Jezus zeide tot hem: Zo gij kunt geloven, alle dingen zijn mogelijk dengene, die gelooft.

24En terstond de vader des kinds, roepende met tranen, zeide: Ik geloof, Heere! kom mijn ongelovigheid te hulp.

25En Jezus ziende, dat de schare gezamenlijk toeliep, bestrafte den onreinen geest, zeggende tot hem: Gij stomme en dove geest! Ik beveel u, ga uit van hem, en kom niet meer in hem.

26En hij, roepende en hem zeer scheurende, ging uit; en het kind werd als dood, alzo dat velen zeiden, dat het gestorven was.

27En Jezus, hem bij de hand grijpende, richtte hem op; en hij stond op.

Lees heel Marcus 9 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Marcus 9:23-27 in de interactieve Bijbel →