Marcus 8:18-26

Statenvertaling · De tweede wonderbare spijziging

18Ogen hebbende, ziet gij niet? En oren hebbende, hoort gij niet?

19En gedenkt gij niet, toen Ik de vijf broden brak onder de vijf duizend mannen, hoeveel volle korven met brokken gij opnaamt? Zij zeiden Hem: Twaalf.

20En toen Ik de zeven brak onder de vier duizend mannen, hoeveel volle manden met brokken gij opnaamt? En zij zeiden: Zeven.

21En Hij zeide tot hen: Hoe verstaat gij niet?

22En Hij kwam te Bethsaida; en zij brachten tot Hem een blinde, en baden Hem, dat Hij hem aanraakte.

23En de hand des blinden genomen hebbende, leidde Hij hem uit buiten het vlek, en spoog in zijn ogen, en legde de handen op hem, en vraagde hem, of hij iets zag.

24En hij, opziende, zeide: Ik zie de mensen, want ik zie hen, als bomen, wandelen.

25Daarna legde Hij de handen wederom op zijn ogen, en deed hem opzien. En hij werd hersteld, en zag hen allen ver en klaar.

26En Hij zond hem naar zijn huis, zeggende: Ga niet in het vlek, en zeg het niemand in het vlek.

Lees heel Marcus 8 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Marcus 8:18-26 in de interactieve Bijbel →