Marcus 6:50-56

Statenvertaling · De verwerping te Nazaret

50Want zij zagen Hem allen, en werden ontroerd; en terstond sprak Hij met hen, en zeide tot hen: Zijt welgemoed, Ik ben het; vreest niet.

51En Hij klom tot hen in het schip, en de wind stilde; en zij ontzetten zich bovenmate zeer in zichzelven, en waren verwonderd.

52Want zij hadden niet gelet op het wonder der broden; want hun hart was verhard.

53En als zij overgevaren waren, kwamen zij in het land Gennesareth, en havenden aldaar.

54En als zij uit het schip gegaan waren, terstond werden zij Hem kennende.

55En het gehele omliggende land doorlopende, begonnen zij op beddekens degenen, die kwalijk gesteld waren, om te dragen, ter plaatse, waar zij hoorden dat Hij was.

56En zo waar Hij kwam, in vlekken, of steden, of dorpen, daar legden zij de kranken op de markten, en baden Hem, dat zij maar den zoom Zijns kleeds aanraken mochten; en zovelen, als er Hem aanraakten, werden gezond.

Lees heel Marcus 6 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Marcus 6:50-56 in de interactieve Bijbel →