Marcus 6:24-25

Statenvertaling · De verwerping te Nazaret

24En zij, uitgegaan zijnde, zeide tot haar moeder: Wat zal ik eisen? En die zeide: Het hoofd van Johannes den Doper.

25En zij, terstond met haast ingaande tot den koning, heeft het geeist, zeggende: Ik wil, dat gij mij nu terstond, in een schotel, geeft het hoofd van Johannes den Doper.

Lees heel Marcus 6 →

Bijbelse onderwerpen bij dit hoofdstuk

Lees Marcus 6:24-25 in de interactieve Bijbel →