Statenvertaling · De genezing van een bezetene
8(Want Hij zeide tot hem: Gij onreine geest, ga uit van den mens!)
9En Hij vraagde hem: Welke is uw naam? En hij antwoordde, zeggende: Mijn naam is Legio; want wij zijn velen.
10En hij bad Hem zeer, dat Hij hen buiten het land niet wegzond.