Statenvertaling · De genezing van een bezetene
6Als hij nu Jezus van verre zag, liep hij toe, en aanbad Hem.
7En met een grote stem roepende, zeide hij: Wat heb ik met U te doen, Jezus, Gij Zone Gods, des Allerhoogsten? Ik bezweer U bij God, dat Gij mij niet pijnigt!