Marcus 5:34-36

Statenvertaling · De genezing van een bezetene

34En Hij zeide tot haar: Dochter, uw geloof heeft u behouden; ga heen in vrede, en zijt genezen van deze uw kwaal.

35Terwijl Hij nog sprak, kwamen enigen van het huis des oversten der synagoge, zeggende: Uw dochter is gestorven; wat zijt gij den Meester nog moeilijk?

36En Jezus, terstond gehoord hebbende het woord, dat er gesproken werd, zeide tot den overste der synagoge: Vrees niet; geloof alleenlijk.

Lees heel Marcus 5 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Marcus 5:34-36 in de interactieve Bijbel →