Marcus 16:1-5

Statenvertaling · De opstanding en de hemelvaart

1En als de sabbat voorbijgegaan was, hadden Maria Magdalena, en Maria, de moeder van Jakobus, en Salome specerijen gekocht, opdat zij kwamen en Hem zalfden.

2En zeer vroeg op den eersten dag der week, kwamen zij tot het graf, als de zon opging;

3En zeiden tot elkander: Wie zal ons den steen van de deur des grafs afwentelen?

4(En opziende zagen zij, dat de steen afgewenteld was) want hij was zeer groot.

5En in het graf ingegaan zijnde, zagen zij een jongeling, zittende ter rechter zijde, bekleed met een wit lang kleed, en werden verbaasd.

Lees heel Marcus 16 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Marcus 16:1-5 in de interactieve Bijbel →