Marcus 15:7-14

Statenvertaling · Jezus voor Pilatus

7En er was een, genaamd Bar-abbas, gevangen met andere medeoproermakers, die in het oproer een doodslag gedaan had.

8En de schare riep uit, en begon te begeren, dat hij deed, gelijk hij hun altijd gedaan had.

9En Pilatus antwoordde hun, zeggende: Wilt gij, dat ik u den Koning der Joden loslate?

10(Want hij wist, dat de overpriesters Hem door nijd overgeleverd hadden.)

11Maar de overpriesters bewogen de schare, dat hij hun liever Bar-abbas zou loslaten.

12En Pilatus, antwoordende, zeide wederom tot hen: Wat wilt gij dan, dat ik met Hem doen zal, Dien gij een Koning der Joden noemt?

13En zij riepen wederom: Kruis Hem.

14Doch Pilatus zeide tot hen: Wat heeft Hij dan kwaads gedaan? En zij riepen te meer: Kruis Hem!

Lees heel Marcus 15 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Marcus 15:7-14 in de interactieve Bijbel →