Statenvertaling · De zalving en het verraad
49Dagelijks was Ik bij ulieden in den tempel, lerende, en gij hebt Mij niet gegrepen; maar dit geschiedt, opdat de Schriften vervuld zouden worden.
50En zij, Hem verlatende, zijn allen gevloden.
51En een zeker jongeling volgde Hem, hebbende een lijnwaad omgedaan over het naakte lijf, en de jongelingen grepen hem.
52En hij, het lijnwaad verlatende, is naakt van hen gevloden.