Marcus 14:38-42

Statenvertaling · De zalving en het verraad

38Waakt en bidt, opdat gij niet in verzoeking komt; de geest is wel gewillig, maar het vlees is zwak.

39En wederom heengegaan zijnde, bad Hij, sprekende dezelfde woorden.

40En wedergekeerd zijnde, vond Hij hen wederom slapende, want hun ogen waren bezwaard; en zij wisten niet, wat zij Hem antwoorden zouden.

41En Hij kwam ten derden male, en zeide tot hen: Slaapt nu voort, en rust; het is genoeg, de ure is gekomen; ziet, de Zoon des mensen wordt overgeleverd in de handen der zondaren.

42Staat op, laat ons gaan; ziet, die Mij verraadt, is nabij.

Lees heel Marcus 14 →

Bijbelse onderwerpen bij dit hoofdstuk

Lees Marcus 14:38-42 in de interactieve Bijbel →