Marcus 13:34-37

Statenvertaling · Rede over de laatste dingen

34Gelijk een mens, buitenslands reizende, zijn huis verliet, en zijn dienstknechten macht gaf, en elk zijn werk, en den deurwachter gebood, dat hij zou waken;

35Zo waakt dan (want gij weet niet, wanneer de heer des huizes komen zal, des avonds laat, of ter middernacht, of met het hanengekraai, of in den morgenstond);

36Opdat hij niet onvoorziens kome, en u slapende vinde.

37En hetgeen Ik u zeg, dat zeg Ik allen: Waakt.

Lees heel Marcus 13 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Marcus 13:34-37 in de interactieve Bijbel →