Statenvertaling · De gelijkenis van de onrechtvaardige pachters
20Er waren nu zeven broeders, en de eerste nam een vrouw, en stervende liet geen zaad na.
21De tweede nam haar ook, en is gestorven, en ook deze liet geen zaad na; en de derde desgelijks.
22En al de zeven namen dezelve, en lieten geen zaad na; de laatste van allen is ook de vrouw gestorven.
23In de opstanding dan, wanneer zij zullen opgestaan zijn, wiens vrouw zal zij van dezen zijn? Want die zeven hebben haar tot een vrouw gehad.