Marcus 1:35-38

Statenvertaling · Johannes de Doper

35En des morgens vroeg, als het nog diep in den nacht was, opgestaan zijnde, ging Hij uit, en ging henen in een woeste plaats, en bad aldaar.

36En Simon, en die met hem waren, zijn Hem nagevolgd.

37En zij Hem gevonden hebbende, zeiden tot Hem: Zij zoeken U allen.

38En Hij zeide tot hen: Laat ons in de bijliggende vlekken gaan, opdat Ik ook daar predike; want daartoe ben Ik uitgegaan.

Lees heel Marcus 1 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Marcus 1:35-38 in de interactieve Bijbel →