Lucas 24:37-41

Statenvertaling · De opstanding – de Emmaüsgangers

37En zij verschrikt en zeer bevreesd geworden zijnde, meenden, dat zij een geest zagen.

38En Hij zeide tot hen: Wat zijt gij ontroerd, en waarom klimmen zulke overleggingen in uw harten?

39Ziet Mijn handen en Mijn voeten; want Ik ben het Zelf; tast Mij aan, en ziet; want een geest heeft geen vlees en benen, gelijk gij ziet, dat Ik heb.

40En als Hij dit zeide, toonde Hij hun de handen en de voeten.

41En toen zij het van blijdschap nog niet geloofden, en zich verwonderden, zeide Hij tot hen: Hebt gij hier iets om te eten?

Lees heel Lucas 24 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Lucas 24:37-41 in de interactieve Bijbel →