Statenvertaling · De vraag naar Jezus’ bevoegdheid
37En dat de doden opgewekt zullen worden, heeft ook Mozes aangewezen bij het doornenbos, als hij den Heere noemt den God Abrahams, en den God Izaks, en den God Jakobs.
38God nu is niet een God der doden, maar der levenden; want zij leven Hem allen.
39En sommigen der Schriftgeleerden, antwoordende, zeiden: Meester! Gij hebt wel gezegd.
40En zij durfden Hem niet meer iets vragen.