Lucas 2:28-38

Statenvertaling · De geboorte van Jezus

28Zo nam hij Hetzelve in zijn armen, en loofde God, en zeide:

29Nu laat Gij, Heere! Uw dienstknecht gaan in vrede naar Uw woord;

30Want mijn ogen hebben Uw zaligheid gezien,

31Die Gij bereid hebt voor het aangezicht van al de volken;

32Een Licht tot verlichting der heidenen, en tot heerlijkheid van Uw volk Israel.

33En Jozef en Zijn moeder verwonderden zich over hetgeen van Hem gezegd werd.

34En Simeon zegende henlieden, en zeide tot Maria, Zijn moeder: Zie, Deze wordt gezet tot een val en opstanding veler in Israel, en tot een teken, dat wedersproken zal worden.

35(En ook een zwaard zal door uw eigen ziel gaan) opdat de gedachten uit vele harten geopenbaard worden.

36En er was Anna, een profetesse, een dochter van Fanuel, uit den stam van Aser; deze was tot groten ouderdom gekomen, welke met haar man zeven jaren had geleefd van haar maagdom af.

37En zij was een weduwe van omtrent vier en tachtig jaren, dewelke niet week uit den tempel, met vasten en bidden, God dienende nacht en dag.

38En deze, te dierzelfder ure daarbij komende, heeft insgelijks den Heere beleden, en sprak van Hem tot allen, die de verlossing in Jeruzalem verwachtten.

Lees heel Lucas 2 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Lucas 2:28-38 in de interactieve Bijbel →