Lucas 19:23-27

Statenvertaling · Zacheüs

23Waarom hebt gij dan mijn geld niet in de bank gegeven, en ik, komende, had hetzelve met woeker mogen eisen?

24En hij zeide tot degenen, die bij hem stonden: Neemt dat pond van hem weg, en geeft het dien, die de tien ponden heeft.

25En zij zeiden tot hem: Heer, hij heeft tien ponden.

26Want ik zeg u, dat een iegelijk, die heeft, zal gegeven worden; maar van degene, die niet heeft, van dien zal genomen worden ook wat hij heeft.

27Doch deze mijn vijanden, die niet hebben gewild, dat ik over hen koning zoude zijn, brengt ze hier, en slaat ze hier voor mij dood.

Lees heel Lucas 19 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Lucas 19:23-27 in de interactieve Bijbel →