Lucas 18:18-26

Statenvertaling · De gelijkenis van de onrechtvaardige rechter

18En een zeker overste vraagde Hem, zeggende: Goede Meester, wat doende zal ik het eeuwige leven beerven?

19En Jezus zeide tot hem: Wat noemt gij Mij goed? Niemand is goed, dan Een, namelijk God.

20Gij weet de geboden: Gij zult geen overspel doen; gij zult niet doden; gij zult niet stelen; gij zult geen valse getuigenis geven; eer uw vader en uw moeder.

21En hij zeide: Al deze dingen heb ik onderhouden van mijn jonkheid aan.

22Doch Jezus, dit horende, zeide tot hem: Nog een ding ontbreekt u; verkoop alles, wat gij hebt, en deel het onder de armen, en gij zult een schat hebben in den hemel; en kom herwaarts, volg Mij.

23Maar als hij dit hoorde, werd hij geheel droevig; want hij was zeer rijk.

24Jezus nu, ziende, dat hij geheel droevig geworden was, zeide: Hoe bezwaarlijk zullen degenen, die goed hebben, in het Koninkrijk Gods ingaan!

25Want het is lichter, dat een kemel ga door het oog van een naald, dan dat een rijke in het Koninkrijk Gods inga.

26En die dit hoorden, zeiden: Wie kan dan zalig worden?

Lees heel Lucas 18 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Lucas 18:18-26 in de interactieve Bijbel →