Statenvertaling · Rede tot de discipelen
25Wie toch van u kan, met bezorgd te zijn, een el tot zijn lengte toedoen?
26Indien gij dan ook het minste niet kunt, wat zijt gij voor de andere dingen bezorgd?
27Aanmerkt de lelien, hoe zij wassen; zij arbeiden niet, en spinnen niet; en Ik zeg u: ook Salomo in al zijn heerlijkheid is niet bekleed geweest als een van deze.