Statenvertaling · Aankondiging van Johannes en Jezus
6En zij waren beiden rechtvaardig voor God, wandelende in al de geboden en rechten des Heeren, onberispelijk.
7En zij hadden geen kind, omdat Elizabet onvruchtbaar was, en zij beiden verre op hun dagen gekomen waren.
8En het geschiedde, dat, als hij het priesterambt bediende voor God, in de beurt zijner dagorde.
9Naar de gewoonte der priesterlijke bediening, hem te lote was gevallen, dat hij zoude ingaan in den tempel des Heeren om te reukofferen.
10En al de menigte des volks was buiten, biddende, ten ure des reukoffers.
11En van hem werd gezien een engel des Heeren, staande ter rechter zijde van het altaar des reukoffers.