Lucas 1:22-31

Statenvertaling · Aankondiging van Johannes en Jezus

22En als hij uitkwam, kon hij tot hen niet spreken; en zij bekenden, dat hij een gezicht in den tempel gezien had. En hij wenkte hun toe, en bleef stom.

23En het geschiedde, als de dagen zijner bediening vervuld waren, dat hij naar zijn huis ging.

24En na die dagen werd Elizabet, zijn vrouw, bevrucht; en zij verborg zich vijf maanden, zeggende:

25Alzo heeft mij de Heere gedaan, in de dagen, in welke Hij mij aangezien heeft, om mijn versmaadheid onder de mensen weg te nemen.

26En in de zesde maand werd de engel Gabriel van God gezonden naar een stad in Galilea, genaamd Nazareth;

27Tot een maagd, die ondertrouwd was met een man, wiens naam was Jozef, uit den huize Davids; en de naam der maagd was Maria.

28En de engel tot haar ingekomen zijnde, zeide: Wees gegroet, gij begenadigde; de Heere is met u; gij zijt gezegend onder de vrouwen.

29En als zij hem zag, werd zij zeer ontroerd over dit zijn woord, en overlegde, hoedanig deze groetenis mocht zijn.

30En de engel zeide tot haar: Vrees niet, Maria, want gij hebt genade bij God gevonden.

31En zie, gij zult bevrucht worden, en een Zoon baren, en zult Zijn naam heten JEZUS.

Lees heel Lucas 1 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Lucas 1:22-31 in de interactieve Bijbel →