Leviticus 26:34-35

Statenvertaling · Zegen en vloek

34Dan zal het land aan zijn sabbatten een welgevallen hebben, al de dagen der verwoesting, en gij zult in het land uwer vijanden zijn; dan zal het land rusten, en aan zijn sabbatten een welgevallen hebben.

35Al de dagen der verwoesting zal het rusten, overmits het niet rustte in uw sabbatten, als gij daarin woondet.

Lees heel Leviticus 26 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Leviticus 26:34-35 in de interactieve Bijbel →