Leviticus 26:14-17

Statenvertaling · Zegen en vloek

14Maar indien gij Mij niet zult horen, en al deze geboden niet zult doen;

15En zo gij Mijn inzettingen zult smadelijk verwerpen, en zo uw ziel van Mijn rechten zal walgen, dat gij niet doet al Mijn geboden, om Mijn verbond te vernietigen;

16Dit zal Ik u ook doen, dat Ik over u stellen zal verschrikking, tering en koorts, die de ogen verteren en de ziel pijnigen; gij zult ook uw zaad te vergeefs zaaien, en uw vijanden zullen dat opeten.

17Daartoe zal Ik Mijn aangezicht tegen ulieden zetten, dat gij geslagen zult worden voor het aangezicht uwer vijanden; en uw haters zullen over u heerschappij hebben, en gij zult vlieden, als u iemand vervolgt.

Lees heel Leviticus 26 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Leviticus 26:14-17 in de interactieve Bijbel →